| Stichting Tirta werd opgericht in 1985 en een jaar later werd begonnen met het bestuderen en spelen van 'kebyar' muziek. Door de jaren heen groeide de kennis van Balinese muziek en vaardigheden in deze levendige, ritmische speelstijl. Gastdocenten als Nyoman Sudarna, Ketut Sudanegara, I Wayan Sadra, Ketut Rudita, Wayan Kaler en Ketut Asnawa hebben het ensemble bijgeslepen op traditioneel gebied. Vanaf 1992 werd de naam voluit Gong Tirta en vanaf 2000 speelt het ensemble ook eigen composities. Vandaag de dag is Gong Tirta een flexibel en veelzijdig orkest, dat zowel in een pure concertsituatie als bij feestjes en recepties gebruik maakt van deze gebundelde bron van ervaring en kennis om het publiek te betoveren met klank en kleur. | | |
.Gong Tirta speelt niet alleen traditionals, maar ook 'eigen werk'. Renadi Santoso, die sinds 1989 de artistiek leider is, begon al snel nieuwe arrangementen en bewerkingen te maken van traditionele stukken. Hierdoor verwierf hij de nodige ervaring en inzicht in de principes van Balinese muziek, compositie, arrangement en instrumentatie.
In 1996 componeerde de Balinese componist I Wayan Sadra als eerste een geheel nieuw stuk speciaal voor Gong Tirta, getiteld 'Tirta Ning'. Dit stuk was nog wel geheel in traditionele stijl geschreven. In 2000 speelde Gong Tirta voor het eerst een compositie die aanwijsbaar brak met de (Balinese) traditie. 'Bandoeng Sliep' was wederom speciaal geschreven voor Gong Tirta, dit keer door Renadi. Het is een muzikale illustratie van het gedicht 'De Nacht Brak. Bandoeng Sliep. Een Fluit ...' van de dichter Nes Ter Gast. In dit stuk wordt de ketjapi-siter toegepast, een twintig-snarige cither uit Sunda, de regio waarin de stad Bandung uit het gedicht is gesitueerd. Ook de suling in dit stuk wordt bespeeld in typische Sundanese stijl. Uit dit simpele begin, waarbij invloeden uit andere delen van Indonesië in de Balinese gamelan werden geïncorporeerd, ontstonden al gauw meer gewaagde en persoonlijke composities en de banden met de traditie werden losser en flexibeler. Renadi, die toen al een aanzienlijk oeuvre in heel diverse stijlen op z'n naam had staan, ontwikkelde in een paar jaar tijd een heldere, exacte gamelanstijl rondom een reeks van zeer uiteenlopende gedichten in verschillende talen. In 2001 werd de klassieke gitaar geïntroduceerd evenals 'middeleeuwse zang' ('Vuur & Vuur', een gedicht van Charles d'Orléans, Frankrijk, 15de eeuw). Sindsdien werd de viool toegevoegd ('Tales', gebaseerd op het gedicht 'The Tale of Two Continents' van Sitor Situmorang), regenmaker en Pigmee-geïnspireerde drumpatronen ('Aqua', gedicht en muziek van Ruth Bouman), dzills ('Tramlijn Begeerte', naar het gelijknamige gedicht van Jos Versteegen); gamelan werd gebruikt als 'geluids-sculpuur/schildering' ('Krawang-Bekasi', een gedicht van Chairil Anwar) en het abstracte gebruik van 'buiten-muzikale' concepten werd beproefd (o.a. in 'On words' van Luiz Yudo, gebaseerd op het Braille schrift en het Engelse woordenboek, en in meerdere stukken van zijn hand). Hoewel geen 'professioneel' ensemble, is Gong Tirta toch voortdurend bezig om de grenzen van 'gamelan' te verleggen. Zelfs in hun 'traditionele' repertoire worden de keuzes die gemaakt worden welbewust èn gewetensvol beïnvloed door de noodzaak om zichzelf aan te passen aan het hier en nu, en de noodzaak om zichzelf steeds opnieuw uit te vinden, èn tegelijkertijd het Nederlandse publiek inzicht te geven in Balinese en hun eigen muziek, door middel van workshops en demonstraties. Gong Tirta is in februari 2008 begonnen met opnames voor hun tweede CD, dit keer met de nadruk op eigen werk en nieuwe bewerkingen van minder bekende traditionals. | |